Briefadressen: de worsteling voorbij? Of begint die nu pas écht?

De afgelopen jaren hebben wij vaker gewezen op de worsteling van gemeenten met briefadressen. Niet omdat gemeenten het niet goed willen doen, maar omdat zij in de praktijk worden geconfronteerd met problematiek die eigenlijk niet in de BRP thuishoort.

Daarbij hebben wij steeds hetzelfde standpunt ingenomen: maatwerk is nodig, maar niet binnen de Wet BRP.

De recente evaluatie en de reactie van staatssecretaris Eddie van Marum maken dit spanningsveld alleen maar zichtbaarder. Tegelijkertijd ligt de verdere uitwerking nu op het bord van de nieuwe staatssecretaris Eric van der Burg, die zich nog tot dit dossier moet verhouden.

Wat laat de evaluatie zien?

De evaluatie van de wetswijziging rond briefadressen laat een dubbel beeld zien.

Aan de ene kant is er vooruitgang. Het aantal aanvragen is toegenomen, meer mensen worden geregistreerd en de zichtbaarheid van kwetsbare groepen is verbeterd. Zo rapporteert 87% van de gemeenten een stijging in het aantal aanvragen.

Tegelijkertijd blijven er belangrijke knelpunten bestaan. De verschillen tussen gemeenten zijn groot, rechtsongelijkheid ligt op de loer en de uitvoering is complex en arbeidsintensief. Daarbij past maar liefst 93% van de gemeenten maatwerk toe.

Dat laatste is geen bijzaak, maar raakt de kern van het vraagstuk.

De toezegging: één nationaal beleid

Staatssecretaris Eddie van Marum heeft aangekondigd te komen tot eenduidig nationaal beleid en uniforme richtlijnen voor gemeenten.

Op het eerste gezicht is dat een logische stap. Minder verschillen tussen gemeenten betekent meer rechtsgelijkheid en duidelijkheid.

Maar deze beweging heeft ook een keerzijde.

Uniform beleid betekent minder ruimte

De Wet BRP is een wet in formele zin. Dat betekent dat de ruimte voor beleidsvrijheid beperkt is.

Wanneer er wordt gestuurd op eenduidig nationaal beleid, zal de interpretatieruimte verder afnemen. Afwijkingen worden moeilijker te rechtvaardigen en maatwerk binnen de BRP komt onder druk te staan.

Daarmee wordt het ook lastiger om oplossingen te blijven bieden die strikt genomen niet binnen de wet passen.

De praktijk: oplossen buiten de bedoeling van de wet

In de huidige praktijk gebeurt dat echter wel.

De evaluatie laat zien dat gemeenten maatwerk toepassen om schrijnende situaties op te lossen en daarbij soms afwijken van de wettelijke criteria  .

Dat zien we bijvoorbeeld bij:

  • verblijf op recreatieparken
  • mensen zonder stabiele verblijfplaats
  • complexe sociale problematiek

In veel van deze gevallen wordt het briefadres gebruikt als oplossing.

Feitelijk gaat het dan om oplossingen die niet volledig binnen de kaders van de wet passen.

Maatwerk hoort niet thuis in de BRP

Juist op dit punt hebben wij eerder al nadrukkelijk stelling genomen.

Wij hebben vaker aangegeven dat de BRP geen instrument is om maatschappelijke problematiek op te lossen. Het is een registratiewet, geen sociaal of ruimtelijk beleidsinstrument.

Dat betekent ook dat maatwerk, hoe noodzakelijk soms ook, niet in de BRP gezocht moet worden.

De oplossingen voor de onderliggende problematiek liggen in andere domeinen, zoals:

  • het sociaal domein (bijvoorbeeld via de Participatiewet of de Wmo)
  • het ruimtelijk domein (bijvoorbeeld via gedoogconstructies of handhaving)

Door deze vraagstukken via het briefadres op te lossen, wordt de BRP feitelijk gebruikt als vangnet voor problemen die elders thuishoren.

Wat betekent harmonisatie in de praktijk?

Wanneer eenduidig nationaal beleid wordt ingevoerd, zal deze spanning verder toenemen.

De ruimte voor buitenwettelijk begunstigend beleid wordt kleiner en afwijkingen van de wet worden moeilijker verdedigbaar. Daarmee verdwijnt ook de mogelijkheid om via de BRP pragmatische oplossingen te bieden.

Het ligt dan ook niet in de rede dat er nog ruimte blijft voor beleid dat niet direct op de wet is gebaseerd. De Wet BRP biedt die ruimte eenvoudigweg niet.

Een stevige uitdaging voor de nieuwe staatssecretaris

Hier ligt een duidelijke en complexe opgave voor staatssecretaris Eric van der Burg.

Hij zal moeten balanceren tussen:

  • de wens tot uniformiteit en rechtsgelijkheid
  • en een uitvoeringspraktijk die in hoge mate leunt op maatwerk

Daarbij komt dat de huidige praktijk zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld in een richting waarin gemeenten – soms noodgedwongen – buiten de strikte kaders van de wet zijn gaan handelen.

Het terugbrengen van die praktijk naar een strikt juridisch kader is allesbehalve eenvoudig.

Of, zoals het treffend kan worden samengevat:

de geest weer terug in de fles krijgen, zal geen eenvoudige opgave zijn.

Tot slot

De roep om eenduidig nationaal beleid is begrijpelijk en in veel opzichten wenselijk.

Tegelijkertijd is het van belang om scherp te blijven op de rol van de BRP. Het verder oprekken van de toepassing van het briefadres is geen structurele oplossing.

De sleutel ligt in het toepassen van maatwerk op de juiste plek.

En dat is, zoals wij eerder hebben benadrukt, niet binnen de BRP maar in de domeinen waar de problematiek daadwerkelijk ontstaat.

In gesprek over deze uitdagingen?

Herkenbaar? Dan ben je niet de enige. Juist deze spanningen tussen wet, praktijk en maatwerk zien wij dagelijks terug bij gemeenten in heel Nederland.

In onze masterclass Briefadressen in de BRP gaan we hier dieper op in. Niet alleen juridisch-inhoudelijk, maar vooral ook praktisch:

  • waar liggen de grenzen van de wet?
  • wat kan wel en wat kan echt niet?
  • hoe ga je om met schrijnende situaties?
  • en hoe voorkom je dat de BRP wordt gebruikt voor problemen die elders thuishoren?

Tijdens de masterclass wisselen we actief ervaringen uit met collega’s uit het veld en vertalen we complexe vraagstukken naar concrete handelingsperspectieven.

Meer weten of direct aanmelden? Bekijk de masterclass via:

Want juist in dit soort vraagstukken zit de echte uitdaging van het vak.

Scroll naar boven