Blog | Mantelzorgwoning of familiewoning in de achtertuin: krijgt deze een eigen BRP-adres? De wetgever denkt van niet.

Sinds 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Eén van de opvallendste wijzigingen is dat het eenvoudiger is geworden om op het achtererf een mantelzorgwoning of familiewoning te plaatsen. Voor mantelzorg is zelfs geen medische verklaring meer vereist en ook huisvesting van eerstegraads familieleden is onder voorwaarden vergunningvrij mogelijk.

Dat roept direct een interessante vraag op voor Burgerzaken en de BAG:

Moet een mantelzorg- of familiewoning een eigen BAG-adres krijgen, zodat de bewoner daar ook in de BRP kan worden ingeschreven?

In de praktijk beantwoorden veel gemeenten die vraag bevestigend. Toch lijkt de wetgever daar heel anders over te denken.

De toelichting bij de wet

In de Nota van toelichting bij de Wet versterking regie volkshuisvesting staat een opvallende passage:

“Aangezien een mantelzorg- of familiewoning geen eigen adres krijgt, worden bewoners van dergelijke woningen in beginsel ingeschreven op hetzelfde adres als de hoofdbewoner van het perceel.”

Dat is een opmerkelijke constatering.

Wie dagelijks met de BAG en de BRP werkt, denkt namelijk al snel aan een zelfstandige woonunit met een eigen keuken, sanitair en woonruimte. In veel gemeenten zou zo’n object al snel leiden tot een nieuw verblijfsobject met een nummeraanduiding, bijvoorbeeld 10A, waarna de bewoner op dat adres wordt ingeschreven.

Maar juist daar wringt het.

De sleutel zit in het omgevingsrecht

De wetgever heeft nadrukkelijk gekozen voor een juridisch uitgangspunt dat een mantelzorg- of familiewoning geen zelfstandige woning is.

In de Nota van toelichting staat hierover:

“Een mantelzorg- of familiewoning is altijd een bijgebouw dat functioneel verbonden is met het hoofdgebouw en kan niet worden aangemerkt als afzonderlijke woning en een zelfstandig hoofdgebouw worden.”

Dat is geen toevallige formulering.

Deze lijn sluit aan bij eerdere regelgeving uit 2014, waarin expliciet is vastgelegd dat mantelzorgwoningen voor de toepassing van het omgevingsrecht altijd als functioneel verbonden met de hoofdwoning worden beschouwd. Juist om te voorkomen dat zij als zelfstandige woning worden aangemerkt.

Wat betekent dit voor de BAG?

De Wet BAG kent slechts drie objecten waaraan een nummeraanduiding kan worden toegekend:

  • een verblijfsobject;
  • een standplaats;
  • een ligplaats.

Een mantelzorgwoning is uiteraard geen standplaats of ligplaats.

Dan blijft alleen de vraag over of sprake is van een verblijfsobject.

Een verblijfsobject bevindt zich binnen een pand en moet functioneel zelfstandig zijn.

En daar ontstaat het interessante juridische gevolg.

Omdat de wetgever uitdrukkelijk heeft bepaald dat een mantelzorgwoning niet als zelfstandig hoofdgebouw of zelfstandige woning moet worden beschouwd, ontbreekt juist die functionele zelfstandigheid waarop de Wet BAG is gebaseerd.

Wordt geen pand aangenomen, dan kan ook geen verblijfsobject ontstaan.

En zonder verblijfsobject…

…kan geen nummeraanduiding worden toegekend.

Gevolg voor de BRP

Wanneer geen afzonderlijk BAG-adres ontstaat, ligt het voor de hand dat ook de BRP-inschrijving plaatsvindt op het adres van de hoofdwoning.

Dat is precies wat de wetgever in de Nota van toelichting voor ogen heeft.

Daarmee kunnen echter wel allerlei praktische gevolgen ontstaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • AOW;
  • nabestaandenuitkeringen;
  • toeslagen;
  • gemeentelijke belastingen;
  • andere regelingen waarbij het woonadres van belang is.

De wetgever merkt expliciet op dat bewoners deze gevolgen zelf moeten meewegen voordat zij kiezen voor een mantelzorg- of familiewoning.

Maar de praktijk is weerbarstig

Juist hier ontstaat momenteel spanning tussen wet en praktijk.

Veel gemeenten lijken nog steeds uit te gaan van de klassieke BAG-systematiek: een zelfstandige woonunit met eigen voorzieningen leidt tot een eigen verblijfsobject en dus een eigen adres.

Zelfs gemeentelijke informatiepagina’s vermelden regelmatig dat een mantelzorgwoning een eigen huisnummer kan krijgen.

Dat lijkt moeilijk verenigbaar met de bedoeling van de formele wetgever.

De verwachting is dan ook dat hierover de komende jaren meer duidelijkheid zal ontstaan vanuit het Kadaster, de BAG-praktijk en mogelijk ook de bestuursrechter.

Onze conclusie

Hoewel de intuïtie van veel BAG- en BRP-medewerkers begrijpelijk is, lijkt de bedoeling van de wetgever helder.

Een vergunningvrije mantelzorg- of familiewoning is juridisch geen zelfstandige woning, vormt daardoor geen zelfstandig BAG-object en krijgt in beginsel geen eigen nummeraanduiding. De bewoners worden daarom ingeschreven op hetzelfde adres als de hoofdwoning.

Dat maakt deze wetswijziging niet alleen ruimtelijk interessant, maar ook bijzonder relevant voor medewerkers van Burgerzaken, BAG-beheerders en juristen.

Wilt u sparren over complexe BRP- of BAG-vraagstukken?

De samenloop tussen de Wet BRP, de Wet BAG en nieuwe wetgeving leidt steeds vaker tot ingewikkelde juridische vragen. Onze juristen ondersteunen gemeenten dagelijks bij dit soort vraagstukken, schrijven juridische adviezen, behandelen bezwaar- en beroepszaken en verzorgen specialistische trainingen voor Burgerzaken en BAG-medewerkers.

Heeft uw gemeente een vergelijkbare casus of twijfelt u over de juiste juridische lijn? Neem gerust contact op. Wij denken graag met u mee.

Meer weten over adressen en inschrijvingen? Dit en veel meer wordt behandeld tijdens onderstaande trainingen. Klik op de link voor meer informatie.

Scroll naar boven